Verkenning toegevoegde waarde nationale investeringsinstelling
Een investeringsinstelling wordt als de oplossing voor diverse problemen gezien. Maar in hoeverre spelen deze problemen in Nederland? En heeft een investeringsinstelling toegevoegde waarde ten opzichte van het huidige instrumentarium? In een nieuw policy paper onderzoeken wij deze vragen.
Updates
NRC interviewt Jasper H. van Dijk over een nieuwe investeringsinstelling
Jasper H. van Dijk neemt op 4 februari deel aan een Rondetafelgesprek over een nationale investeringsbank in de Tweede Kamer. Daarvoor schreven we dit position paper
FD interviewt Jasper H. van Dijk over de investeringsinstelling
Jasper H. van Dijk te gast bij BNR
Samenvatting
Een nieuwe Nederlandse investeringsinstelling wordt voorgesteld als oplossing voor verschillende problemen. Onder meer voormalig ASML-topman Peter Wennink (2025), Kremers et al. (2025), pleiten voor zo’n instelling, en hetzelfde geldt voor D66, VVD en CDA in hun coalitieakkoord.
Wij introduceren een afwegingskader om te beoordelen of een nieuwe investeringsinstelling de genoemde problemen daadwerkelijk kan tegengaan. Het kader bestaat uit drie vragen: (1) is Nederland vatbaar voor het betreffende probleem, (2) is een investeringsinstelling van toegevoegde waarde ten opzichte van het huidige instrumentarium en (3) welke vorm (publiek/privaat) van de investeringsinstelling is het meest effectief om het probleem aan te pakken?
De uitkomsten van het afwegingskader verschillen per probleem. Voor sommige problemen wijst het kader op weinig toegevoegde waarde van een nieuwe investeringsinstelling, terwijl zo’n instelling voor andere problemen mogelijk wél een oplossing biedt (Tabel 1). In de meeste gevallen is de beschikbare informatie onvoldoende om een definitieve conclusie te trekken.
De uitkomsten van het afwegingskader verschillen per probleem. Voor sommige problemen wijst het kader op weinig toegevoegde waarde van een nieuwe investeringsinstelling, terwijl zo’n instelling voor andere problemen mogelijk wél een oplossing biedt (Tabel 1). In de meeste gevallen is de beschikbare informatie onvoldoende om een definitieve conclusie te trekken.
Probleem 1: Financieringsgat start-ups en scale-ups. Wij zien weinig bewijs voor een financieringsgat. Als er al een gat is is, heeft Nederland al veel instrumenten om het te dichten, zoals Invest-NL.
Probleem 2: Versnippering. Het financieringsinstrumentarium is versnipperd. Of samenvoeging voordelen oplevert, hangt af van welke instrumenten worden samengevoegd. Hierover circuleren uiteenlopende voorstellen in politiek en beleid, wat een oordeel over de toegevoegde waarde van een investeringsinstelling lastig maakt.
Probleem 3: Coördinatiefalen energietransitie. Nederland is vatbaar voor coördinatiefalen in de energietransitie. Het lukt de overheid niet om dit met het huidige instrumentarium effectief te ondervangen. Hierbij kan een investeringsinstelling helpen.
Probleem 4: Achterblijven van overheidsinvesteringen. Overheidsinvesteringen blijven momenteel achter, maar het is onduidelijk of een investeringsinstelling dit zou kunnen oplossen. Mogelijk is het beter om binnen de huidige kaders naar verbetering te zoeken.
Probleem 5: Aanspraak op Europese financiering. Ook voor dit probleem is Nederland vatbaar. Maar het is onduidelijk of een nieuwe investeringsinstelling daadwerkelijk aanspraak zou maken op de Europese financieringen waar de Nederlandse economie het meest om verlegen zit – en of dit probleem door Invest-NL niet al grotendeels is opgelost.
Meer onderzoek is nodig. Het afwegingskader kan niet voor elk probleem volledig worden afgelopen. Voor de meeste problemen konden we dus nog niet vaststellen of een investeringsinstelling van toegevoegde waarde is. Ook is in de meeste gevallen nog onduidelijk of een publieke of een private vorm het meest effectief zou zijn.
Veel problemen lijken te kunnen worden aangepakt door Invest-NL. Investeringsvehikel Invest-NL heeft een breed mandaat en kan mogelijk het merendeel van de genoemde problemen bestrijden – voor zover ze dat niet al doet. Op dit moment wordt Invest-NL verder versterkt dankzij een samenvoeging met Invest International, de instelling voor Nederlandse ondernemers in het buitenland.
Beleidsmakers moeten eerst bepalen welk doel de door hen gewenste instelling moet krijgen, en daarop de vorm en het budget afstemmen. Zodra duidelijk is welke problemen de nieuwe investeringsinstelling kan oplossen, kunnen de vorm en het benodigde budget worden gekozen. Wat betreft het budget zien wij dat de huidige berekeningen van het benodigde bedrag gebaseerd zijn op een onzuivere internationale vergelijking.
